Rb. Den Haag 12 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:18608

Beroep tegen bericht aan Kroatische autoriteiten dat de overdracht van eisers niet binnen de gestelde termijn kan plaatsvinden, vanwege opschortende werking overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Beroep niet-ontvankelijk. Bericht is niet aan te merken als besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Het bericht bevat enkel de mededeling aan de Kroatische autoriteiten dat de feitelijke overdracht niet plaats kan vinden voor 27 augustus 2024, vanwege opschortende werking overeenkomstig artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Daargelaten de vraag of de door de minister genoemde oorzaak juist is, vloeit het rechtsgevolg voort uit de toewijzing van de voorlopige voorziening en niet uit de mededeling van de minister daarover. Het schorsen van de feitelijke overdracht kan niet gelijk worden gesteld met het opschorten van de uitvoering van het overdrachtsbesluit. Uit de derde en vierde zin van artikel 27, derde lid aanhef en onder c van de Dublinverordening volgt dat de rechter moet beslissen over het al dan niet opschorten van de uitvoering van het overdrachtsbesluit. Dat is in de situatie van eisers niet gebeurd. Aldus is het bericht niet gericht op rechtsgevolg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken