Rb. Den Haag 6 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19148
[beroep niet tijdig; Dublin; 21 maanden termijn] De staatssecretaris dient, gelet op artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, binnen 21 maanden na de asielaanvraag te beslissen, ook als na die aanvraag eerst een onderzoek plaatsvindt in het kader van de Dublinverordening. De rechtbank volgt de staatssecretaris niet in zijn standpunt dat die termijn van 21 pas is aangevangen op het tijdstip dat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewoordingen van artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn al duidelijk dat de behandelingsprocedure dus uiterlijk 21 maanden na die indiening moet zijn afgerond. Voor het standpunt dat in het geval eerst een Dublinprocedure heeft plaatsgevonden, de termijn van 21 maanden pas begint te lopen na vaststelling van de verantwoordelijkheid, bieden de bewoordingen van artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn geen ruimte. De 21 maanden termijn is een maximale termijn na het indienen van het verzoek betreft en dit maximum geldt in alle gevallen. De rechtbank vindt bevestiging voor deze vaststelling in de context van de bepaling en de doelstellingen daarvan. De rechtbank onderkent ten slotte dat dit ertoe kan leiden dat de in het artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn opgenomen maximale termijn eerder kan zijn verstreken dan de in het derde lid opgenomen termijnen. Dat is echter inherent aan het karakter van een dergelijk absoluut maximum. Verder is een doelstelling van zowel de Dublinverordening en de Procedurerichtlijn dat vreemdelingen snel duidelijkheid krijgen over hun aanvraag. De rechtbank merkt nog op dat de rechter na gegrondverklaring van een beroep niet tijdig een termijn dient te bepalen waarbinnen de staatssecretaris moet beslissen, waarna hij dwangsommen verbeurt. Bij het bepalen van die termijn zal de rechter rekening houden met de termijn die redelijkerwijs nodig is om alsnog een zorgvuldige beslissing op de aanvraag te nemen. Dit uitgangspunt geldt ook als de 21 maanden termijn inmiddels is verstreken.
De uitspraak op rechtspraak.nl