Rb. Den Haag 28 september 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:9852
Asiel MK – intrekking & IRV 20 jaar – op 24 november 2017 is over eiser een artikel verschenen in de Volkskrant, nadat hij als een ISIS-strijder werd herkend tijdens een bezoek aan De Balie in Amsterdam - verweerder trekt de in 2014 verleende subsidiaire beschermingsstatus met terugwerkende kracht in en legt een inreisverbod met een duur van 20 jaar op – de conclusie van het Individueel Ambtsbericht dat is uitgebracht door de AIVD luidt dat eiser onder een valse identiteit asiel heeft aangevraagd en dat eiser een gevaar is voor de nationale veiligheid omdat eiser, kort gezegd, voor zijn komst naar Nederland in Syrië en Turkije actief is geweest voor de terroristische organisatie Jabhat al-Nusra waarvoor hij gevechts-, faciliterings- en financieringsactiviteiten heeft uitgevoerd – eiser geeft de rechtbank geen toestemming om de onderliggende stukken van het IAB in te zien – eiser stelt niet dat het IAB niet op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze tot stand is gekomen en eiser draagt geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het IAB aan – eiser heeft geen beroepsgronden geformuleerd tegen de oplegging en duur van het inreisverbod – eiser is in 2021 door de strafrechter in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar en 9 maanden – anders dat eiser stelt is “de strafzaak” niet de grondslag voor de intrekking van zijn verblijfsvergunning en is verweerder niet gehouden om het einde van de strafzaak af te wachten voordat hij tot intrekking van de verblijfsvergunning kan overgaan – een mogelijke vrijspraak in hoger beroep is niet relevant voor de onderhavige procedure – eiser zal niet gedwongen worden verwijderd naar Syrië in verband met het refoulementverbod, maar dit doet niet af aan de vertrekplicht die eiser op grond van het bestreden besluit heeft – het niet gedwongen kunnen verwijderen betekent, anders dan eiser stelt, niet dat niet tot intrekking van een beschermingsstatus en oplegging van een inreisverbod kan worden overgegaan – het verzoek om aanhouding i.v.m. reeds gestelde prejudiciële vragen wordt afgewezen omdat deze vragen niet relevant zijn voor de onderhavige procedure – de rechtbank zal ook geen aanvullende prejudiciële vragen stellen in een reeds aanhangige verwijzing omdat deze verwijzing ook niet relevant is – de rechtbank doet einduitspraak – beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1703
- Rb. Oost-Brabant 23 september 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5109
- ABRvS 9 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2733
- ABRvS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1278
- ABRvS 29 september 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN8600
- ABRvS 24 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY7477
- ABRvS 4 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY3839
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:1072
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:433