Rb. Den Haag 15 augustus 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8404
Intrekking verblijfsvergunning asiel. Veroordeling voor een bijzonder ernstig misdrijf en een gevaar voor de samenleving (artikel 14, vierde lid, aanhef en onder b, van de Kwalificatierichtlijn). De rechtbank wacht de prejudiciële vragen van de Afdeling van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1703, niet af, omdat verweerder de intrekking in dit specifieke geval hoe dan ook voldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft alle door eiser genoemde criteria (bijzonder ernstig misdrijf, gevaar voor de samenleving, unierechtelijk openbare ordecriterium, evenredigheidsbeginsel) getoetst en alle door eiser in dit kader genoemde feiten en omstandigheden meegewogen en dit deugdelijk gemotiveerd. Het terugkeerbesluit is niet onrechtmatig, ook al stond al op voorhand vast dat eiser niet zou worden uitgezet door het verbod op refoulement (o.a. het arrest BZ t. Westerwaldkreis van het Hof van Justitie). Dat uit het arrest M. e.a. van het Hof van Justitie iets anders lijkt te volgen, is hier niet relevant. Dat arrest gaat over een andere situatie. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1703
- Rb. Den Haag 28 april 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4501
- ABRvS 14 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:802
- ABRvS 10 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2466
- ABRvS 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3046
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:11353
- ABRvS 20 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3579
- HvJ EU, ECLI:EU:C:1982:335
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:268
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2011:807
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:377
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2020:367
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:432
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:799
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9