Rb. Den Haag 30 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12653
Vorderingen Kolencentrales financiële compensatie afgewezen De rechtbank Den Haag heeft op 30 november 2022 uitspraak gedaan in een zaak over de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. Op grond van deze wet mogen kolencentrales op termijn (uiterlijk 2030) geen kolen meer gebruiken als brandstof om elektriciteit op te wekken. De wet heeft als doel om de CO₂-uitstoot van elektriciteitscentrales terug te dringen. De zaak tegen de Staat is aangespannen door de eigenaren van de Eemshavencentrale, de MPP3-centrale op de Maasvlakte en de Amercentrale. De eigenaren van deze drie kolencentrales vorderden financiële compensatie voor de gevolgen van de wet. Volgens hen maakt de wet inbreuk op hun eigendomsrecht. Zij vinden dat de wet niet ingevoerd had mogen worden zonder dat zij financieel gecompenseerd zouden worden. De rechtbank heeft hun vorderingen afgewezen. Inbreuk niet onrechtmatig De rechtbank oordeelt dat deze wet weliswaar inbreuk maakt op het eigendomsrecht, maar dat die inbreuk niet onrechtmatig is. De maatregelen die de Staat met de wet heeft getroffen om de CO₂-uitstoot terug te dringen zijn proportioneel. De belangen van de eigenaren zijn daarbij voldoende in aanmerking genomen. Verbod was te voorzien Van belang is – onder meer – dat voor de eigenaren voorzienbaar was dat een dergelijk verbod zou worden opgelegd, als de uitstoot van de centrales vóór 2020 niet zeer sterk zou worden teruggebracht, bijvoorbeeld door met biomassa te stoken of door de CO₂ af te vangen en op te slaan of te hergebruiken. Dat is bij de MPP3-centrale en de Eemshavencentrale niet gebeurd. Voor de Amercentrale geldt dat deze al bijna volledig op biomassa draait. De eigenaar kon voorzien dat deze centrale niet weer omgebouwd zou mogen worden naar een kolencentrale, op het moment dat de subsidie op het stoken met (houtige) biomassa eind 2027 wordt stopgezet. Overgangsperiode De rechtbank heeft ook meegewogen dat het verbod om met kolen te stoken niet meteen na de inwerkingtreding van de wet is ingegaan. De eigenaren hebben een overgangsperiode gekregen. Tijdens die overgangsperiode kunnen zij met de kolencentrales nog opbrengsten realiseren en hun schade beperken. Bovendien kunnen zij die periode gebruiken om andere gebruiksmogelijkheden voor de centrales te onderzoeken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 26 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5337
- HR 20 december 2019 (Urgenda), ECLI:NL:HR:2019:2006
- CBb 21 augustus 2018, ECLI:NL:CBB:2018:414
- Hof Den Haag 4 april 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3072
- HR 16 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2888
- Conclusie A-G Vlas 9 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:898
- Hof Den Haag 10 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3025
- HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2722
- HR 16 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD5493