Rb. Den Haag 29 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3880
Dublin Italië Tarakhel – uitspraak Afdeling 8 april 2020 – toewijzing verzoek om een voorlopige voorziening omdat beroep redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd – volledig en ex nunc onderzoek 3 EVRM in beroep. Uit de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020 is op te maken dat verweerder in die procedure de antwoorden heeft overgelegd die de Italiaanse autoriteiten hebben gegeven aan het EHRM op diens vragen over de opvang in Italië. Nu de voorzieningenrechter in deze procedure niet over die stukken beschikt zullen deze stukken ook niet worden betrokken bij deze uitspraak. De voorzieningenrechter kan immers deze stukken niet beoordelen en hier geen uitspraak over doen als de voorzieningenrechter hier zelf geen kennis van kan nemen. De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtbank bij de beoordeling van het beroep volledig en ex nunc zal moeten toetsen of verzoekers door overdracht aan Italië een reëel risico lopen op een behandeling die strijdig is met artikel 3 van het EVRM. Uit de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020 blijkt niet wanneer het onderzoek in die zaak is gesloten. Eveneens blijkt uit deze uitspraak van de Afdeling niet op welke periode de feitelijke informatie van de Italiaanse autoriteiten betrekking heeft. De voorzieningenrechter kan dan ook niet beoordelen hoe actueel de informatie is die de Afdeling heeft beoordeeld en die ten grondslag ligt aan de uitspraak van 8 april 2020. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat in de uitspraak van de Afdeling niet – kenbaar – is betrokken en gewogen of de corona-crisis gevolgen heeft voor de beschikbaarheid en de kwaliteit van de opvang in Italië voor Dublinclaimanten die onder de reikwijdte van Tarakhel vallen. Niet valt uit te sluiten dat op het moment dat toetsing van het beroep aan de orde zal zijn de feitelijke opvangsituatie in Italië wezenlijk is gewijzigd voor deze categorie Dublinclaimanten. Dit brengt mee dat op het moment dat de rechtbank de behandeling van het beroep zal aanvangen, partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld om hier – gemotiveerd en met stukken onderbouwd – een standpunt over in te nemen. Een enkele verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 8 april 2020 volstaat dan niet. Daarmee wordt de rechtbank immers niet in staat gesteld om een volledig en ex nunc onderzoek te verrichten of een reëel en voorzienbaar risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM bij overdracht aan Italië. De voorzieningenrechter overweegt expliciet dat deze uitspraak uitsluitend betrekking heeft op Dublinclaimanten die onder de reikwijdte vallen van het Tarakhel-arrest, namelijk: gezinnen met kinderen, alleenstaanden met kinderen en zwangere vrouwen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1032
- ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986
- ABRvS 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:987
- Rb. Den Haag 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10610
- Rb. Den Haag 28 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6493
- ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1861
- ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1862
- Rb. Den Haag 7 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4500
- ABRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4131
- ABRvS 18 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2505
- EHRM 4 november 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712
- EHRM 19 januari 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0119JUD003947207
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:354
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218