Rb. Den Haag 28 mei 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5408

De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de tbs met dwangverpleging toe en verlengt de termijn met twee jaar. De terbeschikkinggestelde is tot ongewenst vreemdeling verklaard en dient terug te keren naar Marokko. In Marokko is echter geen passende voorziening beschikbaar voor de terbeschikkinggestelde. De terbeschikkinggestelde heeft vanwege zijn verblijfsstatus en zijn weigering mee te werken aan repatriëring niet de mogelijkheid om op verlof te gaan. Hoewel er op dit moment nog niet gesproken kan worden van een uitzichtloze situatie, voorziet de rechtbank dat dit op enig moment anders zal zijn, bijvoorbeeld indien de ongewenstverklaring van de terbeschikkinggestelde in stand blijft, er geen passende repatriëring naar Marokko beschikbaar is en hij niet in aanmerking komt voor verlof. Zolang de terbeschikkinggestelde blijft verkeren in deze patstelling en zolang geen aanpassing van de Verlofregeling TBS plaatsheeft, zal op de langere termijn een uitzichtloze situatie voor de terbeschikkinggestelde dreigen, waarin sprake kan zijn van schending van het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM jo. artikel 5 van het EVRM. De sleutel tot doorbreking van de bestaande patstelling ligt in handen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken