Rb. Den Haag 31 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:12882

Terugkeerbesluit aan niet-begeleide minderjarige. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in dit geval niet gehouden was om de beantwoording door het Hof van Justitie van de prejudiciële vragen, met betrekking tot het uitvaardigen van een terugkeerbesluit aan een niet-begeleide minderjarige gesteld bij de tussenuitspraak van 12 juni 2019 door deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, af te wachten. Eisers moeder woont in Marokko en hij heeft wekelijks telefonisch contact met haar. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de zorgplicht van ouders voor minderjarige kinderen met zich brengt dat zij er zorg voor dienen te dragen dat op enigerlei wijze opvang voor de betrokken vreemdeling in het land van herkomst aanwezig is. Verweerder heeft daarom, voorafgaand aan het nemen van het terugkeerbesluit, zich er niet van hoeven te vergewissen of onderzoek hoeven doen naar de vraag of in het land van terugkeer opvang aanwezig is. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken