Rb. Den Haag 8 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10903
Naar aanleiding van de aangifte IB/PVV is aan eiser een voorlopige aanslag opgelegd die resulteerde in een te ontvangen bedrag. Eiser heeft dit bedrag echter nooit daadwerkelijk ontvangen. Verweerder is vervolgens afgeweken van de aangifte en heeft belastingrente in rekening gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is het in rekening brengen van belastingrente in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het in rekening brengen van belastingrente is bedoeld ter compensatie van niet genoten rente door de Schatkist. Nu het bedrag nooit de Schatkist heeft verlaten is het in rekening brengen van belastingrente niet in lijn is met doel en strekking van de wet. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl