Rb. Den Haag 20 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:489
Veilig derde land; Verenigde Staten van Amerika; echtgenoot; nationaliteit; niet-ontvankelijk; artikel 33 Richtlijn 2013/32/EU; artikel 38 Richtlijn 2013/32/EU; Artikel 30a Vw 2000; 3.106a Vb; C2/6.3 Vc. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat de echtgenote van eiser de Amerikaanse nationaliteit heeft en de VS voor hem als veilig derde land wordt aangemerkt. Voor de implementatie van de herziene Procedurerichtlijn (Richtlijn 2013/32/EU) werd het eerder verblijf in een veilig derde land betrokken bij de beoordeling van de asielaanvraag. De criteria voor het aanmerken als veilig derde land zijn met de implementatie van de Procedurerichtlijn gewijzigd. Eiser voert aan dat uit de wetsgeschiedenis bij de implementatie van de Procedurerichtlijn niet volgt dat deze beleidswijziging is voorzien en dat deze daarom niet legitiem is. Uit artikel 38, tweede lid, van de Procedurerichtlijn volgt dat de toepassing van het begrip “veilig derde land” zijn onderworpen aan voorschriften in het nationale recht. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met zijn beleid in paragraaf C2/6.3 Vc conform de Procedurerichtlijn heeft gehandeld. Indien een vreemdeling een echtgenoot met de nationaliteit van het derde land heeft, is gegeven dat de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het van de vreemdeling redelijkerwijs verwacht mag worden dat hij naar dat land gaat. Het is vervolgens aan de vreemdeling om aan te tonen dat deze (huwelijks)band niet (meer) bestaat. Hierin is eiser niet geslaagd. Voorts is gelet op de Procedurerichtlijn niet vereist dat op voorhand duidelijk is dat de vreemdeling zich toegang tot het veilig derde land kan verschaffen.
De uitspraak op rechtspraak.nl