Rb. Den Haag 6 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:3880

De meervoudige kamer van de rechtbank is van oordeel dat de enigszins terughoudende toetsing door de rechtbank van het standpunt van verweerder over de geloofwaardigheid van de niet met bewijs gestaafde verklaringen en vermoedens van een asielzoeker niet in strijd is met het unierecht, de jurisprudentie van het Hof van Justitie, het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de jurisprudentie van het EHRM. De rechtbank ziet ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank is echter wel van oordeel dat verweerder het standpunt dat de homoseksuele geaardheid van eiser ongeloofwaardig wordt geacht, ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Het beroep is daarom gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken