Rb. Den Haag 8 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2170

Thuiskopieheffing. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2016:3952. Vraag om pre-judiciële beslissing Hoge Raad over de vraag of, mede gezien het Copydan-arrest (HvJEU 5 maart 2015, zaak C-463/12, ECLI:EU:C:2015:144), in het Nederlandse rechtsstelsel een vordering tot restitutie van teveel betaalde thuiskopieheffing alleen toekomt aan de eindverwerver van de drager en niet aan de betalingsplichtige. Verder onder meer: Niet naleving Europeesrechtelijke implementatieverplichting roept onrechtmatige toestand in het leven. Iedere dag dat de gestelde inbreuk op de Arl voortduurt, laat de Staat na te voldoen aan zijn verplichting om de Nederlandse rechtsorde in overeenstemming te brengen met de Arl. Daarmee gaat iedere dag een nieuwe verjaringstermijn ex art 3:310 BW lopen. Vorderingen zijn ten dele verjaard. Bedragen van de vergoedingen die mede zien op kopiëren uit illegale bron zijn niet in overeenstemming met de Arl vastgesteld, net zo min als de bedragen in de bevriezings AmvB’s. Staat aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatige daad en Thuiskopie gehouden tot terugbetaling onverschuldigd betaalde bedragen. ‘Passing on’ verweer zal in enige mate, maar niet geheel slagen. Vordering zullen tot enig bedrag worden toegewezen, zodat pre-judiciële beslissing nodig is voor de beslechting van het geschil.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken