Rb. Den Haag 27 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15380

Overheidsaansprakelijkheid. Collectieve actie Milieudefensie en Stichting Adem en 57 individuele eisers over luchtkwaliteit (NO2, PM2,5 en PM10). Taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter. Eisers zijn deels niet ontvankelijk omdat eenzelfde of een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt in een procedure bij de bestuursrechter, die de verwijten exceptief kan toetsen. Ten gronde: het niet nu reeds behalen van de WHO-normen is niet in strijd met artikel 2 en 8 EVRM; geen schending van de op de Staat uit deze verdragsbepalingen voortvloeiende positieve verplichtingen. De Staat is niet op grond van het voorzorgsbeginsel gehouden een ‘veiligheidsmarge’ in acht te nemen ten aanzien van de grenswaarden voor deze stoffen. De Staat heeft zijn verplichting om op 11 juni 2011 en 1 januari 2015 aan de grenswaarden voor PM10 en NO2 te voldoen geschonden. Niet gebleken is echter dat de personen voor wier gebundeld belang Milieudefensie en Stichting Adem opkomen en de individuele eisers hierdoor schade hebben geleden. Inhoud en reikwijdte van de verplichting van de Staat om na de uiterste data waarop de grenswaarden gehaald moesten worden, de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. De conclusie luidt dat de Staat deze verplichting niet heeft geschonden. De vorderingen worden afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken