Rb. Den Haag 18 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11809

Overheidsaansprakelijkheid. Collectieve actie NJCM en de uit Afghanistan afkomstige X, een voormalig officier bij de Khad/Wad, over gestelde onjuiste toepassing van het Unierecht door de Afdeling in de zaak van X aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen. 1. Ontvankelijkheid NCJM: de vordering ziet op een bestendige lijn in de rechtspraak van de Afdeling die in de zaak van X is toegepast. De bescherming die voormalig KhAD/WAD (onder-) officieren) kunnen ontlenen aan de toepasselijke Köbler-norm, verschilt niet van de bescherming die X daaraan kan ontlenen. Ook overigens verzet de aard van de toe te passen norm zich niet tegen toepasselijkheid daarvan op de gebundelde belangen van voormalig KhAD/WAD (onder-) officieren in deze zaak. 2. Ten gronde komt de rechtbank komt niet toe aan toetsing van de vraag of de Afdeling het Unierecht onjuist heeft toegepast, aangezien de als onrechtmatig bestempelde uitspraak van de Afdeling geen betrekking had/kon hebben op het tegenwerpen van artikel 1F. Daarover was reeds bij uitspraak van 13 mei 2008 beslist. De bestreden uitspraak van de Afdeling had alleen betrekking op de toetsing aan de artikelen 3 en 8 EVRM. Het Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel vergt niet dat het gezag van gewijsde opzij gezet wordt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken