Rb. Den Haag 6 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9354

Albanië, veilig land van herkomst. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de verwijzing naar de lijst van veilige landen van herkomst, zoals neergelegd in Bijlage 13 bij artikel 3.37f, derde lid, van het Voorschrift Vreemdelingen (VV), en de daarbij behorende toelichting, voldoende heeft gemotiveerd dat in het algemeen de bescherming kan worden verkregen van de Albanese autoriteiten. Uit de toelichting bij artikel 3.37f, derde lid, en Bijlage 13 VV blijkt dat verweerder zijn standpunt dat Albanië kan worden aangemerkt als een veilig land van herkomst, heeft gebaseerd op het onderzoek door de Europese Commissie ten behoeve van het opstellen van een Europese lijst van veilige landen van herkomst, dat is verricht op basis van informatie van onder meer de EDEO, EASO, de Raad van Europa en de UNHCR, zoals artikel 37, derde lid, Procedurerichtlijn voorschrijft. Blijkens Bijlage 1 bij de Procedurerichtlijn wordt bij de beoordeling of een land als veilig land van herkomst kan worden beschouwd onder meer rekening gehouden met de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging of mishandeling. Eiser heeft niet gemotiveerd bestreden dat verweerder heeft kunnen uitgaan van voormeld onderzoek verricht door de Europese Commissie. Dat in het voorstel van de Europese Commissie van 9 september 2015 wordt opgemerkt dat geïsoleerde gevallen van huiselijk geweld nog steeds voorkomen in Albanië, biedt geen grond biedt voor de conclusie dat daartegen in het algemeen geen bescherming kan worden verkregen van de Albanese autoriteiten. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat verweerder met de verwijzing naar de nationale lijst met veilige landen van herkomst, onvoldoende heeft gemotiveerd dat in het algemeen door de autoriteiten in Albanië bescherming wordt geboden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken