Rb. Den Haag 17 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8386
Nog daargelaten de vraag of eiseres kan opkomen tegen een overschrijding van de termijn ten aanzien van de indiening van een overnameverzoek als bedoeld in artikel 21, eerste lid, Dublinverordening nu Duitsland het overnameverzoek heeft geaccepteerd, is in onderhavige zaak niet gebleken dat de termijn (om binnen drie maanden na het asielverzoek het verzoek tot overname te doen) is overschreden. Dat eiseres reeds een verzoek om internationale bescherming zou hebben gedaan op 12 oktober 2015 omdat zij zich op dat moment in het asielzoekerscentrum te Ter Apel heeft gemeld en - zoals ter zitting door eiseres naar voren is gebracht - de zich in het dossier bevindende aan haar op 12 oktober 2016 verstrekte ‘loopbrief AC Ter Apel’ aangemerkt moet worden als een verzoek om internationale bescherming als bedoeld in artikel 20, tweede lid, Dublinverordening III, volgt de rechtbank niet. Uit de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BX2090) blijkt dat de in die zaak opgestelde processen-verbaal met een weergave van de verhoren die hadden plaatsgevonden om de identiteit van de vreemdelingen vast te stellen en ten aanzien van de resultaten van het dactyloscopisch onderzoek, niet ter formalisering dienden van de door de vreemdelingen kenbaar gemaakte wens om aan hen internationale bescherming te bieden in de zin van artikel 4, tweede lid, Dublinverordening II. De Afdeling oordeelde voorts in voornoemde uitspraak dat de door de vreemdelingen later ingediende formulieren voor de aanvraag tot het verlenen van een verblijfs- vergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw dienen te worden aangemerkt als formulier in de zin van artikel 4, tweede lid, Dublinverordening II. In artikel 20, tweede lid, Dublinverordening III is dit criterium inhoudelijk niet gewijzigd. Derhalve kan de ‘loopbrief AC Ter Apel’ niet worden aangemerkt als een verzoek om internationale bescherming in de zin van Dublinverordening III en is evenmin grond voor het oordeel dat de termijn als bedoeld in artikel 21, eerste lid, Dublinverordening III op 12 oktober 2015 zou zijn aangevangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl