Art. 6, Toegang tot de procedure
1. Wanneer een persoon een verzoek om internationale bescherming doet bij een autoriteit die naar nationaal recht bevoegd is voor de registratie van deze verzoeken vindt de registratie plaats binnen drie werkdagen nadat het verzoek is gedaan.
Wanneer het verzoek om internationale bescherming wordt gedaan bij autoriteiten die wellicht dergelijke verzoeken ontvangen maar naar nationaal recht niet voor de registratie bevoegd zijn, zorgen de lidstaten ervoor dat de registratie plaatsvindt binnen zes werkdagen nadat het verzoek is gedaan.
De lidstaten zorgen ervoor dat deze andere autoriteiten die wellicht verzoeken om internationale bescherming ontvangen, zoals politie, grenswachters, immigratiediensten en personeel van accommodaties voor bewaring, beschikken over de toepasselijke informatie en dat hun personeel de voor hun taken en verantwoordelijkheden passende opleiding ontvangen alsook instructies om verzoekers te informeren over waar en hoe een verzoek om internationale bescherming kan worden ingediend.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat een persoon die een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan, daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om het zo snel mogelijk in te dienen. Wanneer de verzoeker zijn verzoek niet indient, kunnen de lidstaten artikel 28 dienovereenkomstig toepassen.
3. Onverminderd lid 2 kunnen de lidstaten eisen dat verzoeken om internationale bescherming persoonlijk en/of op een aangewezen plaats worden ingediend.
4. Niettegenstaande lid 3 wordt een verzoek om internationale bescherming geacht te zijn ingediend zodra de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een door een verzoeker ingediend formulier, of, indien voorgeschreven naar nationaal recht, een officieel rapport, hebben ontvangen.
5. Wanneer een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt, waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is om de in lid 1 vastgestelde termijn na te leven, kunnen de lidstaten voorzien in een verlenging van die termijn tot tien werkdagen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:74
- ABRvS 18 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:75
- Rb. Den Haag 19 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15961
- Rb. Den Haag 1 november 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:12504
- Rb. Den Haag 26 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4943
- Rb. Den Haag 27 januari 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:1112
- Rb. Den Haag 8 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8292
- Rb. Den Haag 18 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5523
- Rb. Den Haag 27 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10613
- Rb. Den Haag 14 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:7329
- Rb. Den Haag 21 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:15603
- Rb. Den Haag 13 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11700
- Rb. Den Haag 17 mei 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8386