Rb. Den Haag 19 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:4165

Albanië, homoseksualiteit, eerwraak, veilig land van herkomst, lijst van veilige landen van herkomst, commissie Meijers, Richtlijn 2013/32/EU, Procedurerichtlijn, Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, EASO, UNHCR, Raad van Europa, Europese lijst met veilige landen van herkomst, Europese Commissie, Europese dienst voor extern optreden, EDE, exceptieve toetsing, Civil Rights Defenders, LHBT-ers, Commissioner for protection from discrimination, CPD, bescherming, discriminatoire bejegening, Freedom House, UNICEF, volle toets. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank Albanië op de lijst van veilige landen van herkomst kunnen plaatsen. Tevens heeft verweerder terecht geconcludeerd dat de presumptie van veilig land van herkomst is te handhaven, omdat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat Albanië in hun specifieke geval niet kan worden aangemerkt als veilig land van herkomst. In dit geval is de conclusie van verweerder over de door eiseressen aangevoerde individuele omstandigheden gebaseerd op rapporten die enkel de algemene situatie van LHBT-ers en van personen bij huiselijk geweld/eerwraak in Albanië betreffen. Om die reden hanteert de rechtbank, gezien de uitspraken van de Afdeling van 13 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:890 en 891), bij de beoordeling van deze omstandigheden (afzonderlijk en in samenhang bezien) een volle toets. Verweerder heeft derhalve de aanvragen van eiseressen kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat Albanië een veilig land van herkomst is in de zin van de Procedurerichtlijn en komen zij niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29 van de Vw 2000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken