Rb. Den Haag 24 maart 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6118

Internationale kinderontvoering. Verzoek moeder tot teruggeleiding van de minderjarige naar Peru. Tussen de ouders is in geschil wat de gewone verblijfplaats van de minderjarige was. De minderjarige, een 12-jarige autistische en verstandelijk beperkte jongen, verbleef zowel in Peru als in Nederland. Rechtbank is van oordeel, gelet op alle omstandigheden, dat gewone verblijfplaats van de minderjarige in Peru was. Moeder is dus ontvankelijk in verzoek tot teruggeleiding. De minderjarige is, nu hij gelet op zijn beperkingen niet die mate van rijpheid heeft bereikt die rechtvaardigt dat met zijn mening rekening wordt gehouden, niet gehoord door de rechtbank. Geen sprake van toestemming of berusting van de moeder. Verder ook geen sprake van de door de vader genoemde weigeringsgronden. Verzoek tot teruggeleiding is toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen