Rb. Den Haag 14 februari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2945

Internationale kinderontvoering en gezagsuitoefening - De minderjarigen verblijven met de moeder in Israel. De moeder heeft een verzoek tot beeindiging van het gezamenlijk gezag ingediend. De vader heeft ter terechtzitting verzocht om de onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarigen naar Nederland te gelasten. De rechtbank overweegt dat een op het HKOV gebaseerd verzoek tot teruggeleiding van een kind dat beweerdelijk ongeoorloofd is overgebracht vanuit de verdragsluitende staat waar het zijn gewone verblijfplaats heeft naar een andere verdragsluitende staat, of in die andere staat wordt vastgehouden, slechts kan worden ingediend bij de rechter van de staat waar het kind zich bevindt (artikel 12 lid 1 HKOV en HR 9 december 2011, LJN: BU 2834) en verklaart zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarigen. De rechtbank acht zich op grond van artikel 12 lid 3 van de Verordening Brussel II bis wel bevoegd om te beslissen op de verzoeken betreffende de ouderlijke verantwoordelijkheid. De rechtbank wijst toe het verzoek van de moeder om voortaan alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarigen te zijn belast en bepaalt een informatieregeling en een contactregeling (via Skype) tussen de vader en de minderjarigen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen