Rb. Breda 11 september 2006, ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ1575

Terbeschikkingstelling van vermogen, artikel 3.92 van de Wet IB 2001 In het kader van bedrijfsopvolging is belanghebbende gaan participeren in het bedrijf van haar werkgever. Zij heeft daartoe een BV opgericht. Deze BV is met de BV van haar werkgever een vennootschap onder firma (VOF) aangegaan, waarin de onderneming werd voortgezet. Tevens heeft belanghebbende de blote eigendom verworven van de onroerende zaak, waarin de onderneming werd uitgeoefend. Het vruchtgebruik werd voorbehouden door haar werkgever. De onroerende zaak werd verhuurd aan de VOF. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van terbeschikkingstelling van vermogen (de blote eigendom van de onroerende zaak) door belanghebbende aan haar BV, omdat belanghebbende niet uiteindelijk (indirect) de volle eigendom van de onroerende zaak bezit, en evenmin van ter beschikkingstelling van vermogen door belanghebbende aan de VOF, nu de huur wordt genoten door de vruchtgebruiker. Het inkomen uit de blote eigendom is belast in box 3.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen