Rb. Amsterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7489
WAMCA-zaak. In dit vonnis oordeelt de rechtbank dat zij bevoegd is (rechtsmacht heeft). Aangezien de rechtbank zich bevoegd acht, zou de volgende stap in deze procedure de ontvankelijkheidsfase zijn waarin de ontvankelijkheid van SOMI en DPS wordt beoordeeld. De rechtbank ziet echter reden de hoofdzaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van door de rechtbank Rotterdam aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde prejudiciële vragen. Het antwoord op die vragen kan van belang zijn voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van SOMI en DPS.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 7 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 66 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 107 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 220 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018l Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:104 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:162 BW6
- Artikel 6:193b BW6