Rb. Amsterdam 17 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5932

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de bestuurlijke boete van € 11.600,- die verweerder heeft opgelegd met het primaire besluit van 26 januari 2023 vanwege strijd met de Huisvestingswet 2014 (Huisvestingswet) in samenhang met de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (Huisvestingsverordening). De rechtbank is van oordeel dat de overtredingen kunnen worden vastgesteld en dat er geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 5:46, derde lid, van de Awb zijn die tot matiging moeten leiden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn matigt de rechtbank de boete met 10% en stelt de rechtbank het boetebedrag vast op € 10.440,-.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken