Rb. Amsterdam 21 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1167
Wav-boetezaak. De minister heeft eiseres een boete van 32.000,- euro opgelegd wegens overtreding van de Wav omdat eiseres zonder over een tewerkstellingsvergunning te beschikken vreemdelingen voor haar arbeid heeft laten verrichten. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres de Wav heeft overtreden, omdat eiseres als werkgever in de zin van de Wav dient te worden aangemerkt. In het geval van één vreemdeling wordt geen boete opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wat betreft de hoogte van de boete en matigt de opgelegde boete mede wegens overschrijding van de redelijke termijn naar 10.200,- euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4761
- ABRvS 30 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4367
- ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2583
- ABRvS 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:960
- ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:772
- CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:810
- ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973
- ABRvS 26 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1112
- ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4300
- ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:617