Rb. Amsterdam 9 augustus 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:5005
AKW. Beroep gegrond. De slotsom is dat indien in de situatie van eiser onverkort wordt vastgehouden aan het vereiste van ‘inkomen uit tegenwoordige arbeid’ een onderscheid wordt gemaakt tussen mensen met een dergelijk inkomen en mensen met een IVA-uitkering, terwijl dit onderscheid geen redelijk doel dient. Het vereiste van een ‘inkomen uit tegenwoordige arbeid’ zoals in artikel 7a, tweede lid aanhef en onder b, van de AKW is bepaald, moet daarom in het geval van eiser vanwege strijd met het evenredigheidsbeginsel buiten toepassing blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl