Rb. Amsterdam 21 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7306

Omzettingsvergunning, zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimten, dwangsom, invordering dwangsom, bestuurlijke boete, functioneel overtreder, overtrederschap, artikel 5:43 Awb. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen de last onder dwangsom van € 50.000,- die het college heeft opgelegd, de invordering van deze dwangsom en de door het college opgelegde bestuurlijke boete van € 43.500,-. Het college is daartoe overgegaan, omdat de woning aan de Janusz Korczakstraat 62 in Amsterdam zonder een daartoe vereiste omzettingsvergunning van een zelfstandige woonruimte is omgezet naar meerdere onzelfstandige woonruimten. De rechtbank oordeelt dat de last onder dwangsom van 13 augustus 2020 (het primaire besluit I) pas is bekendgemaakt door het besluit op 25 oktober 2021 aan de gemachtigde van eiseres toe te sturen. Daardoor heeft eiseres tijdig bezwaar aangetekend en heeft verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing op bezwaar ten aanzien van het invorderingsbesluit wordt vernietigd en het primaire besluit wordt herroepen, omdat op het moment dat het college het primaire besluit II nam, de begunstigingstermijn nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt verder dat eiseres terecht is aangemerkt als overtreder, waardoor het beroep tegen het opleggen van de boete niet slaagt. De boete wordt ook niet gematigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken