ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2192
Bij besluit van 4 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete opgelegd van € 6.000,- wegens overtreding van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014. Op 30 april 2018 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam een huisbezoek afgelegd in de woning op het adres [locatie] in Amsterdam (hierna: het huisbezoek). [appellant] was op dat moment eigenaar van die woning en verhuurde die aan [huurder]. Van het huisbezoek is een rapport van bevindingen opgemaakt. Daarin staat dat in de woning vier personen zijn aangetroffen, te weten [persoon A], [persoon B], [persoon C] en [persoon D]. Zij hebben verklaard dat [persoon A], [persoon C] en [persoon E], die op dat moment niet aanwezig was, ieder een kamer huren van [huurder], en dat [persoon B] in de woonkamer slaapt. De bewoners deelden de keuken, woonkamer, douche en het toilet. Volgens het college blijkt hieruit dat de woning is omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte.
De uitspraak op rechtspraak.nl