Rb. Amsterdam 17 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:3630
Verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het betreft een verzoek tot wraking waarbij de politierechter nadat het wrakingsverzoek was gedaan, de behandeling van de zaak niet heeft geschorst, toch uitspraak heeft gedaan en zich op het standpunt heeft gesteld dat een niet-gemachtigd raadsman niet kan wraken. Vast staat dat partijen het erover eens zijn dat in de zaak van verzoeker door de rechter einduitspraak is gedaan. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat de uitspraak van de politierechter slechts kan worden aangetast door aanwending van een rechtsmiddel. Dit betekent dat de rechter niet langer bij deze zaak betrokken is, zodat het onderhavig wrakingsverzoek niet tot enig resultaat kan leiden. Verzoeker heeft dan ook geen belang bij het wrakingsverzoek. Het door verzoeker in dit verband aangevoerde belang (dat een gegrondverklaring van het verzoek een rol zou kunnen spelen bij de discussie in hoger beroep over verwijzing) leidt niet tot een ander oordeel. Slechts indien nu al vast zou staan dat de zaak van verzoeker na verwijzing wederom behandeld zou worden door de rechter, zou dat anders kunnen zijn. Er zijn weliswaar aanwijzingen dat in deze strafzaak één of meer bepalingen van het Wetboek van Strafvordering niet in acht zijn genomen, maar dat maakt de uitkomst van deze wrakingszaak niet anders. Verzoeker kan zijn beklag over de gang van zaken in hoger beroep bij het gerechtshof doen
De uitspraak op rechtspraak.nl