Rb. Amsterdam 3 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7989

Zorgverzekeringswet. Bestuursrechtelijke premie. De uitzondering voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter van besluiten met betrekking tot de verschuldigdheid en de hoogte van de bestuursrechtelijke premie is de uitdrukkelijke bedoeling en keuze van de wetgever geweest. Er is hier geen hiaat in de wet. Eisers kunnen zich bovendien tot de civiele rechter wenden als zij het niet eens zijn met de verschuldigdheid en de hoogte van de bestuursrechtelijke premie. Dit is niet in strijd met artikel 6 van het EVRM. Eiseres kunnen zich wenden tot de rechter. Zelfs al zou met eisers worden aangenomen dat de bestuursrechtelijke premie een criminal charge vormt als bedoeld in artikel 6 van het EVRM of dat sprake is van ontneming van eigendom zoals bedoeld in artikel 1 EP, dan schrijft artikel 6 van het EVRM niet voor welke rechter op dat punt tot oordelen bevoegd is. Artikel 6 van het EVRM wijst daarvoor ook niet de bestuursrechter aan

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken