CRvB 17 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY0437
Negatieve lijst. De door appellante voorgedragen beroepsgrond dat zij door de inning van de bestuursrechtelijke premie met haar inkomen onder de beslagvrije voet terecht komt, is gericht tegen de wijze waarop Cvz gebruik heeft gemaakt van de in artikel 18e van de Zvw neergelegde bevoegdheid om de bestuursrechtelijke premie te innen. Nu in artikel 8:5, eerste lid, van de Awb en onderdeel H, onder 4, van de bijlage bij de Awb slechts is bepaald dat tegen een besluit als bedoeld in artikel 18e, eerste lid, van de Zvw geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat voor zover dit ziet op de verschuldigdheid of de hoogte van de bestuursrechtelijke premie, heeft Cvz het bezwaar van appellante ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl