Rb. Amsterdam 4 maart 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6183

Het beroep op het ontbreken van evenredigheid, in die zin dat de uitvaardiging van het EAB onevenredig zware gevolgen heeft voor de opgeëiste persoon, terwijl in de visie van de raadsvrouw aan de Spaanse autoriteiten andere, minder ingrijpende, middelen ten dienste staan om de overkomst van de opgeëiste persoon naar Spanje te bewerkstelligen wordt verworpen. Voor de vraag of sprake is van (on)evenredigheid in de zin van de Overleveringswet dient te worden onderscheiden tussen de zg. stelselevenredigheid van de Overleveringswet en de evenredigheid bij de uitvaardiging van een Europees aanhoudingsbevel in een concreet geval. Gelet op de stelselevenredigheid van het Kaderbesluit kan een beroep op de onevenredigheid van een Europees aanhoudingsbevel slechts onder bijzondere omstandigheden slagen. In dit geval staat de ernst van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, te weten het vervoer van bijna 1000 kilogram hasj, aan het slagen van het verweer in de weg. Het betoog, dat de Spaanse autoriteiten de opgeëiste persoon door middel van oproeping voor de zitting hadden kunnen uitnodigen, kan in de gegeven omstandigheden niet tot een ander oordeel leiden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen