Rb. Amsterdam 27 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6244

AW. Strafontslag. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de opgelegde straf evenredig is te achten is aan het vastgestelde plichtsverzuim. Hoewel verweerder zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat hij in het kader van het ambtenarentuchtrecht een eigen onderzoeksplicht heeft, betekent dit echter niet dat verweerder bij de bepaling of een straf evenredig is te achten aan het toe te rekenen plichtsverzuim zonder meer voorbij kan gaan aan een gegeven oordeel van de strafrechter ten aanzien van hetzelfde feitencomplex. Eiser is door de politierechter ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank overweegt dat de strafrechter aldus het beroep van eiser op noodweer(exces) heeft geaccepteerd. De rechtbank acht het oordeel van de politierechter van belang bij de vaststelling van de evenredigheid van de opgelegde sanctie nu het aanwenden van het buitenproportionele geweld het meest wezenlijke onderdeel van het plichtsverzuim is zoals is vastgesteld door verweerder. Daarnaast is van belang dat hetgeen eiser overigens wordt verweten voor het merendeel voortvloeit uit dit enkele incident. De rechtbank komt tot het oordeel dat in de specifieke omstandigheden van het onderhavige geval geen grond aanwezig voor het oordeel dat de aan eiser opgelegde zwaarst mogelijke disciplinaire straf - die van ontslag - evenredig is te achten aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken