Rb. Amsterdam 19 juli 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BR3099
De Nederlandsche Bank N.V. is een b-orgaan. Niet alle overheidstaken die aan haar zijn opgedragen en waarvoor haar publiekrechtelijke bevoegdheden toegekend, vallen onder de uitzonderingen op de Wob genoemd in het Besluit van 11 september 1998, houdende uitzondering respectievelijk aanwijzing van bestuursorganen als bedoeld in de Wet Nationale ombudsman en de Wet openbaarheid van bestuur. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet evident geen sprake is van enige publiekrechtelijke rechtsplicht en de daaruit voortvloeiende bevoegdheid. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 18 maart 2010 dan ook ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling heeft overwogen dat declaraties die door een minister in de uitoefening van zijn ambt bij zijn departement zijn ingediend en die zijn gehonoreerd worden aangemerkt als documenten over een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van de Wob. De rechtbank ziet niet in waarom het vorenstaande niet zou gelden voor declaraties van de directieleden van De Nederlandsche Bank N.V.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1a WNo
- Artikel 1a Wob
- Artikel 10 Wob
- Artikel 11 Wob
- Artikel 1:1 Awb
- Artikel 1:3 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 4 Bankwet 1998
- Artikel 1 BBWW
- Artikel 2a Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 5 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 8 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 17 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 18 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 19 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 20a Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 22 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 25a Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 46 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet
- Artikel 49 Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet