Rb. Amsterdam 1 oktober 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BG6531
Verzocht is om tijdelijke opvang (onderdak) te bieden ingevolge de WMO voor verblijf met kinderen. Het ontbreken van een geldige verblijfstitel vormt grond om de aanvraag af te wijzen, en wel op basis van artikel 10, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Het zgn. koppelingsbeginsel betreft een algemeen leidend beginsel, dat niet kan worden doorkruist door artikel 20, eerste lid, van de WMO. Ook het EVRM (artikel 8, eerste lid) kan de doelstellingen van het koppelingsbeginsel niet doorkruisen. Dit geldt ook voor het IVRK. Voorts kan de afwijzing van de aanvraag haar grondslag vinden in het standpunt dat de WMO (in het bijzonder artikel 20) geen basis biedt om te voorzien in de gevraagde opvang. Aan artikel 4 en artikel 20 van de WMO kan niet rechtstreeks een individuele aanspraak worden ontleend op de gevraagde opvang.
De uitspraak op rechtspraak.nl