Rb. Almelo 21 november 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BY3996

In beginsel bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien de overeenkomst tussen het gastouderbureau en de ouder niet de voor gastouderopvang te betalen prijs per uur, het aantal uren gastouderopvang per jaar per kind en de duur van de overeenkomst specificeert (AbRvS 27 juli 2011, LJN: BR3264). Materieel gezien had verweerder alle gegevens om tot een definitieve vaststelling van de hoogte van de kinderopvangtoeslag te komen. Voor de berekening hiervan was de overeenkomst niet noodzakelijk. Aangezien niet in geschil is dat de gastouderopvang plaatsvond door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau en verweerder over de gegevens beschikte om aan de hand van artikel 7 van de Wet Kinderopvang de hoogte van de aanspraak vast te stellen, heeft verweerder ten onrechte overwogen dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de kinderopvangtoeslag. Niet is gebleken van een regel dat de individuele voorschotten van de ouder aan de gastouder voor de kosten van kinderopvang direct herleidbaar zijn tot het aantal uren dat het kind feitelijk is opgevangen maal het daarop betrekking hebbende uurtarief. Wel komen eventuele bewijsproblemen die uit deze handelwijze voortvloeien voor rekening van eiseres. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en stelt daarna zelf de hoogte van de kinderopvangtoeslag vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen