Rb. Amsterdam 21 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2330

“Kinderopvangfraude. Kinderopvang De Parel, waarvan verdachte vennoot was, bood ‘gratis’ kinderopvang aan. De ouders behoefden geen eigen bijdrage te betalen. Dat een eigen bijdrage een voorwaarde is voor de toekenning van Kinderopvangtoeslag stond destijds niet zonder meer vast, maar inmiddels blijkt dit uit de rechtspraak van de Raad van State. De rechtbank acht het enkele feit dat geen eigen bijdrage werd berekend niet voldoende om aan te nemen dat sprake was van oplichting, maar wel de bijkomende omstandigheid dat aan ouders meer uren zijn verkocht dan zij nodig hadden. Dit gebeurde met het argument dat de opvang toch gratis was. Voor de uren die in de plaatsingsovereenkomst waren overeengekomen werd met hulp van De Parel, maar op naam van de vraagouders, Kinderopvangtoeslag aangevraagd, waarbij werd verzocht die direct aan De Parel te betalen. Zowel de Belastingdienst als de ouders zijn hierdoor opgelicht, hetgeen van belang is voor het ten laste gelegde witwassen (oplichting is niet als afzonderlijk strafbaar feit ten laste gelegd). De onjuistheden en omissies in de administratie leveren op een aantal punten valsheid in geschrift op, waarbij het belangrijkst is dat de ouders geen facturen ontvangen hebben en dat geen facturen in de financiële administratie zijn opgenomen. Verdachte heeft in het kader van een controle van de Belastingdienst een memorystick aan de Belastingdienst verstrekt met daarop ruim 2300 achteraf opgemaakte facturen, die niet aan de vraagouders waren verstuurd. Hij heeft daarom tegenover de Belastingdienst gebruik gemaakt van valse facturen. Gezien de oplichting van de ouders en de Belastingdienst is de winst van de vennootschap uit misdrijf afkomstig, verdachte heeft die witgewassen voor zover hij die gelden heeft omgezet of gebruikt. Verdachte wordt als feitelijk leidinggever gezien, nu hij zich als enige van de twee vennoten bezig hield met de administratie en als enige bevoegd was op de bankrekening. Hem wordt een gevangenisstraf opgelegd van 24 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk.”

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken