Conclusie A-G Spronken 14 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:565

Rolconclusie AG. Toezending aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv (60-dagentermijn voor indiening cassatieschriftuur) aan verdachte in het buitenland per gewone brief op grond van art. 36e lid 3 Sv. Er is geen cassatieschriftuur binnengekomen binnen de gestelde termijn. Rechtsgeldige betekening indien aanzegging onbestelbaar retour is gekomen? Beschouwing van AG welke eisen het Unierecht aan de aanzegging stelt n.a.v. hof ’s-Hertogenbosch 2 maart 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:870, waarin het hof heeft bepaald dat een dagvaarding op grond van het Unierecht niet rechtsgeldig is als niet kan worden vastgesteld dat deze de verdachte daadwerkelijk heeft bereikt. In casu is geen gebruik gemaakt van optie van art. 5 lid 2 sub c EU-rechtshulpovereenkomst (post heeft de betrokkene niet bereikt) en is bemiddeling van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de verdachte woont om de aanzegging te betekenen niet alsnog ingeroepen. Dat had wel gekund en in de ogen van de AG ook gemoeten. Daarom is aanzegging in strijd met Unierecht. Advies aan de rolraadsheer is om de verdachte een nieuwe termijn te verlenen voor het inzenden van een cassatieschriftuur.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken