Conclusie A-G Aben 23 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:640
Conclusie AG. Betekeningsperikelen en verjaring. 1. Had ex art. 588a.1 ahf. en onder b (oud) Sv een afschrift naar door verdachte laatst opgegeven adres verzonden moeten worden? 2. Is het recht tot strafvordering van het OM t.a.v. de als zaak B (overtreding van een voorschrift ex art.2 van de Wet arbeid vreemdelingen) en t.a.v. feit 1 in zaak A (medeplegen opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3.B Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd) door verjaring komen te vervallen? Ad 1. I.c. is geen sprake van een adresopgave a.b.i. art. 588a (oud) Sv waaruit een verzendplicht kan worden opgemaakt, terwijl geldige (griffie)betekening heeft plaatsgevonden. Ad. 2. De in art. 72 lid 2 Sr bedoelde termijnen zijn voor beide feiten verstreken. De conclusie strekt tot vernietiging v.zv. het die feiten betreft en tot n-o verklaring door de HR van de OvJ in de vervolging van die feiten. Samenhang met 18/03917.
De uitspraak op rechtspraak.nl