HR 24 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD5019

Aanwezigheidsrecht. Taak griffie. Memobriefje. De akte instellen rechtsmiddel houdt als GBA-adres in adres A en voorts als post/verblijf/huidig adres eveneens adres A. Op de akte is een memobriefje geplakt met “adres B. Postadres”. De akte van uitreiking houdt niet in dat een afschrift is verzonden naar een ander adres dan adres A. O.g.v. art. 588a Sv dient een afschrift van de appeldagvaarding naar een ander adres dan het GBA-adres worden gezonden als bij het instellen van een rechtsmiddel een ander adres in NL is opgegeven. Met het oog hierop is in art. 451.1 Sv bepaalt dat de griffier aan degene die het rechtsmiddel instelt, vraagt naar het adres in NL waaraan de dagvaarding kan worden toegezonden. Mede gelet op de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de opgave van zo een van het GBA-adres afwijkend adres heeft de HR in HR LJN AD5163 gewezen op de taak van de griffie om uitdrukkelijk navraag te doen naar de actuele adresgegevens van verdachte en niet zonder meer het uit de stukken blijkende adres over te nemen en bepaald dat het afwijkende adres in de akte rechtsmiddel moet worden vermeld. Het op de appelakte aangebrachte briefje met daarop “adres B. Postadres” geeft grond aan het vermoeden dat verdachte bij het instellen van het HB naast zijn GBA-adres A tevens het (post)adres B heeft opgegeven en dat dit ten onrechte niet in de akte rechtsmiddel is vermeld. Dat briefje geeft dus grond aan het vermoeden dat de appelakte in dat opzicht onjuist is opgemaakt. ’s Hofs arrest houdt niets in ter ontzenuwing van dit vermoeden, zodat het niet in stand kan blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen