Conclusie A-G Paridaens 14 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:532
Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije t.z.v. veroordeling voor doodslag, poging tot doodslag (meermalen gepleegd) en zonder vergunning dragen van wapen . 1. Geen beslissing op aanhoudingsverzoek? 2. Beroep op dreigende en reeds voltooide mensenrechtenschending. 3. Onvoldoende duidelijke vermelding feiten, art. 28.3 UW. Ad 1. en 2. HR: art. 81.1 RO. Ad 3. HR ambtshalve: Ex art. 28.3 UW dient uitspraak feiten waarvoor uitlevering kan worden toegestaan te vermelden. Rb heeft vastgesteld dat uitlevering is verzocht t.z.v. tenuitvoerlegging van vonnis waarbij opgeëiste persoon tot gevangenisstraf is veroordeeld t.z.v. (i) doodslag, (ii) twee pogingen tot doodslag en (iii) zonder vergunning dragen van wapen. Rb heeft voorts geoordeeld dat niet is gebleken van een beletsel voor toelaatbaarheid van verzochte uitlevering. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat Rb onder opschrift “beslissing” kennelijk abusievelijk bij toelaatbaarverklaring van uitlevering alleen ‘doodslag’ heeft vermeld. HR herstelt dit verzuim door - mede in het licht van art. 28.3 UW - uitlevering toelaatbaar te verklaren voor de feiten die zijn omschreven in uitleveringsverzoek en door verzoekende Staat bij uitleveringsverzoek overgelegd stuk (“Proces-verbaal beoordeling dossier”).
De uitspraak op rechtspraak.nl