Conclusie A-G Spronken 12 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:454

Conclusie AG. Medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met verkrachting door het plaatsen van filmpjes op “Facebook Live”. 1. Falende bewijsklachten (art. 81 lid 1 RO). 2. Klacht over schending van de inzendtermijn. De AG ziet daarnaast aanleiding om ambtshalve opmerkingen te maken over de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis. Bij de per 1 januari 2020 in werking getreden ‘Wet Usb’ is art. 36f Sr gewijzigd, in die zin dat bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel thans ingevolge art. 36f lid 5 Sr bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast in plaats van vervangende hechtenis (art. 36f lid 8 (oud) Sr). Volgens de overgangsbepalingen van de ‘Invoeringswet Usb’ heeft de wijziging van art. 36f Sr geen gevolgen voor de toepassing van een vervangende hechtenis die door de rechter is opgelegd vóór het tijdstip waarop de wijziging van dit artikel in werking treedt, dus vóór 1 januari 2020. Volgens de AG gaat het hier echter om een verandering in het sanctierecht ten gunste van de verdachte, omdat in de nieuwe wettelijke regeling is vastgelegd dat een veroordeelde niet wordt gegijzeld als hij onmachtig is te betalen. Hieraan dient, mede gelet op het ‘Scoppola’-arrest van het EHRM, onmiddellijke toepassing te worden gegeven. In navolging van AG Harteveld in zijn conclusie van 10 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:207, wordt geadviseerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak in zoverre ambtshalve zal vernietigen door de vervangende hechtenis – in afwijking van het overgangsrecht – te vervangen door gijzeling zoals bedoeld in art. 6.4.20 Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken