Conclusie A-G Paridaens 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:366

In het openbaar mondeling aanzetten tot gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras, art. 137d Sr. Heeft verdachte “aangezet tot gewelddadig optreden tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras”? HR: hof heeft vastgesteld dat verdachte als spreker tijdens een demonstratie ten overstaan van publiek bij herhaling in de Turkse taal heeft gescandeerd “Karabag Ermeniye mezar olacak”, welke woorden het hof feitelijk en, mede gelet op de door het hof als bewijs gebruikte verklaring van verdachte ttz., niet onbegrijpelijk heeft opgevat als in de NLse vertaling te luiden: “Karabach zal het graf van de Armeniërs worden” en, evenzeer niet onbegrijpelijk, de betekenis heeft gegeven dat zij zijn gericht tegen alle Armeniërs. Hof heeft geoordeeld dat deze uitlating van verdachte naar inhoud en strekking het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen Armeniërs wegens hun ras oplevert en dat zijn opzet hierop was gericht, waarbij hof ook de in de bewijsoverwegingen nader omschreven context heeft betrokken. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is dan ook naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken