Conclusie A-G Harteveld 8 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2745

Demonstratie Nederlandse Volksunie. 1. Groepsbelediging. Art. 137c Sr. 2. Aanzetten tot discriminatie. Art. 137d Sr. Ad 1. Een uitlating kan als beledigend worden beschouwd wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam. Het oordeel dat daarvan sprake is, zal bij een uitlating die in het algemeen op zichzelf niet beledigend is, afhangen van de context waarin de uitlating is gedaan (vgl. HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9796). De in art. 137c en 137d Sr voorkomende term "ras" moet - mede blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepalingen - worden uitgelegd overeenkomstig de strekking van de in art. 1.1 IVUR gegeven opsomming, waarin naast "ras" ook wordt genoemd: huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming (vgl. Kamerstukken II 1967-1968, 9724, nr. 3, p. 4). ’s Hofs oordeel, dat is verweven met de aan het Hof als feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval, dat de bewoordingen “Ali B. en Mustapha, ga toch terug naar Ankara” een voor personen van Turkse en/of Marokkaanse afkomst wegens hun ras beledigend karakter heeft, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Ad 2. ’s Hofs oordeel, waarbij het kennelijk – en terecht – ook de context van het geval mede van betekenis heeft geacht, dat de uitlating “Ali B. en Mustapha, ga toch terug naar Ankara” het aanzetten tot discriminatie oplevert, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat het Hof heeft overwogen dat met de uitlating tot uitdrukking is gebracht dat personen van niet-Nederlandse afkomst niet welkom zijn in Nederland.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken