HR 14 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:638

In het openbaar mondeling aanzetten tot gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras door tijdens demonstratie in Almelo, die door paar duizend mensen wordt bijgewoond en waarbij media aanwezig zijn, menigte toe te spreken en daarbij woorden te scanderen die relateren aan dood van Armeense mensen, art. 137d.1 Sr. Heeft verdachte “aangezet tot gewelddadig optreden tegen personen van Armeense afkomst wegens hun ras”? Hof heeft vastgesteld dat verdachte als spreker tijdens een demonstratie ten overstaan van publiek bij herhaling in de Turkse taal heeft gescandeerd “Karabağ Ermeniye mezar olacak”, welke woorden hof feitelijk en, mede gelet op door hof als bewijs gebruikte verklaring van verdachte ttz., niet onbegrijpelijk heeft opgevat als in Nederlandse vertaling te luiden: “Karabach zal het graf van de Armeniërs worden” en, evenzeer niet onbegrijpelijk, betekenis heeft gegeven dat zij zijn gericht tegen alle Armeniërs. Hof heeft geoordeeld dat deze uitlating van verdachte naar inhoud en strekking het aanzetten tot gewelddadig optreden tegen Armeniërs wegens hun ras oplevert en dat zijn opzet hierop was gericht, waarbij hof ook in bewijsoverwegingen nader omschreven context heeft betrokken. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Bewezenverklaring is dan ook naar de eis der wet met redenen omkleed. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen