Conclusie A-G Spronken 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:813
Conclusie AG over voeging b.p., een rechtspersoon en gebreken in de vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 51g en 421 Sv). In onderhavig geval heeft het hof vastgesteld dat aan de vertegenwoordingsbevoegdheid van de b.p. een gebrek kleefde tot aan de zitting in hoger beroep omdat de (handhaving van de) vordering namens de b.p. niet was ondertekend door twee tekenbevoegden, zoals door de statuten van de b.p. vereist. Naar het oordeel van de AG wordt in cassatie tevergeefs opgekomen tegen het oordeel van het hof dat dit gebrek door middel van een overgelegde brief met bijlagen tijdens de zitting alsnog is hersteld zodat de b.p. ontvankelijk is in haar vordering. Verwijzing naar ECLI:NL:HR:2002:AD5371 waarin de HR heeft bepaald dat bij een gebrek in de machtiging a.b.i. art. 51c Sv beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat niet-ontvankelijkheid pas aan de orde is nadat de b.p. eerst door het OM dan wel de rechter in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen en die gelegenheid niet is benut. De AG acht deze rechtspraak van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een rechtspersoon zodat het gebrek ook in hoger beroep tijdens de zitting kan worden hersteld. De AG gaat daarnaast in op de verhouding tussen art. 421.3 en 421.4 Sv en in dat kader de ontvankelijkheid van een b.p. in hoger beroep wanneer haar vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:896
- HR 16 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:885
- Conclusie A-G Spronken 22 december 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2705
- Hof Amsterdam 15 december 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5698
- HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1688
- Hof Arnhem-Leeuwarden 22 oktober 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7962
- HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4363
- HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1025
- HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578
- HR 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3043
- HR 16 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1486
- HR 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5371
- Hof Amsterdam 11 mei 2000, ECLI:NL:GHAMS:2000:AE5248