Conclusie A-G Paridaens 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:539
Conclusie plv. AG. WOTS. Verstekvonnis ex art. 21 lid 2 en 3 EVIG? Verzoek tot overname van een Belgisch verstekvonnis? Oordeel Rb. dat het arrest Hof van Beroep te Antwerpen geen verstekvonnis ex art. 21.2 EVIG is, omdat het hoger beroep is ingesteld door een raadsman in opdracht van “zijn gebruikelijke contactpersoon”, te weten de zoon van de veroordeelde, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk (vgl. HR 20 november 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7929, NJ 2008/59). Strekking: verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 57 Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 3 Opw
- Artikel 11 Opw
- Artikel 3 WOTS
- Artikel 18 WOTS
- Artikel 28 WOTS
- Artikel 31 WOTS
- Artikel 45 WOTS
- Artikel 2 WMSR
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 21 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 23 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 24 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen