Art. 46 EVRM, – Bindende kracht en tenuitvoerlegging van uitspraken
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
1. De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich ertoe zich te houden aan de einduitspraak van het Hof in de zaken waarbij zij partij zijn.
2. De einduitspraak van het Hof wordt toegezonden aan het Comité van Ministers dat toeziet op de tenuitvoerlegging ervan.
3. Indien het Comité van Ministers van mening is dat het toezicht op de tenuitvoerlegging van een einduitspraak wordt belemmerd vanwege een probleem met de interpretatie van de uitspraak, kan het de zaak voorleggen aan het Hof voor een uitspraak over vragen betreffende de interpretatie. Beslissingen tot verwijzing dienen te worden genomen met een tweederde meerderheid van de vertegenwoordigers die gerechtigd zijn in het Comité zitting te hebben.
4. Indien het Comité van Ministers van mening is dat een Hoge Verdragsluitende Partij weigert zich te houden aan een einduitspraak in een zaak waarbij zij partij is, kan het, na die Partij daarvan formeel in kennis te hebben gesteld en op grond van een beslissing genomen met een meerderheid van tweederden van de vertegenwoordigers die gerechtigd zijn in het Comité zitting te hebben, aan het Hof de vraag voorleggen of die Partij verzuimd heeft te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van het eerste lid.
5. Indien het Hof constateert dat er sprake is van een schending van het eerste lid, legt het de zaak voor aan het Comité van Ministers teneinde te overwegen welke maatregelen dienen te worden getroffen. Indien het Hof constateert dat er geen sprake is van een schending van het eerste lid, legt het de zaak voor aan het Comité van Ministers dat het onderzoek van de zaak sluit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- EHRM 21 januari 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609
- EHRM 29 maart 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0329JUD003681397
- EHRM 1 maart 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0301JUD005658100
- EHRM 22 juni 2004, ECLI:CE:ECHR:2004:0622JUD003144396
- ABRvS 26 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3415
- EHRM 17 september 2009, ECLI:CE:ECHR:2009:0917JUD001024903
- EHRM 13 november 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:1113JUD005732500
- EHRM 12 mei 2005, ECLI:CE:ECHR:2005:0512JUD004622199
- EHRM 4 december 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:1204JUD003056204
- EHRM 20 december 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:1220JUD002163803
- EHRM 13 juli 2000, ECLI:CE:ECHR:2000:0713JUD003922198
- EHRM 26 juni 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0626JUD002682806
- EHRM 17 januari 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0117JUD003676006
- EHRM 19 juni 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0619JUD003501497
- EHRM 17 februari 2004, ECLI:CE:ECHR:2004:0217JUD003974898
- EHRM 5 februari 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:0205JUD002225108
- EHRM 26 september 2023, ECLI:CE:ECHR:2023:0926JUD001566920
- EHRM 12 mei 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0512JUD002198004
- EHRM 8 juni 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0608JUD007552901
- EHRM 21 oktober 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:1021JUD004275009