Conclusie A-G Spronken 15 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1033
Conclusie AG. Samenhang met 17/05677. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op vordering van klaagster (Amerikaans factoringsbedrijf) van bijna $ 22 miljoen USD op het Engelse telecombedrijf A, welke vordering klaagster ten behoeve van telecombedrijf D (verdacht van witwassen) zou innen. Het beslag is gelegd n.a.v. onderzoek naar een omvangrijk witwas en btw-carrousel m.b.t. fake telefoonverkeer, waarbij verdacht wordt dat ook klaagster daarbij betrokken is. De rechtbank heeft het beklag van klaagster ongegrond verklaard door o.m. te overwegen dat de verdenking niet overduidelijk zonder enige goede grond wordt gekoesterd en niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak zal uitmonden in een verbeurdverklaring van de beslagen vordering. De rechtbank heeft volgens de AG daarmee de toepasselijke maatstaf niet miskend en dat oordeel ook niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het beroep te verwerpen o.g.v. art. 81 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:487
- Conclusie A-G Harteveld 8 januari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:6
- HR 29 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:784
- HR 3 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:502
- HR 11 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:656
- HR 14 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:238
- HR 8 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3500
- Conclusie A-G Knigge 29 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2459
- HR 8 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1687
- HR 8 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:865
- HR 4 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4278
- HR 24 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT2184
- HR 10 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT2182
- HR 14 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO7233
- HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823