Conclusie A-G Aben 26 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:686
Conclusie AG in een zaak waarbij de verdachte is veroordeeld ter zake zwaar lichamelijk letsel door schuld (art. 308 Sr) bij een baby van zes maanden oud. Middelen over 1) ’s hofs vaststelling van een causaal verband tussen de gedragingen van de verdachte en het (zwaar lichamelijk) letsel bij het slachtoffer, 2) de vraag of de aan de voorwaardelijke veroordeling verbonden bijzondere voorwaarde dat “veroordeelde gedurende de proeftijd van drie jaren geen werkzaamheden als gastouder zal verrichten” toelaatbaar is, nu de wet de ruimte voor een (bijkomende) straf van diezelfde strekking onder de gegeven omstandigheden niet biedt en 3) ’s hofs oordeel inzake de verwijzing van de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten tot aan de datum van de uitspraak, terwijl de raadsvrouw van de benadeelde partij optrad op basis van een (voorlopige) toevoeging.
De uitspraak op rechtspraak.nl