HR 25 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0836
Cassatie in het belang der wet. Antilliaanse zaak. Reisverbod als bijzondere voorwaarde. De bij het vonnis gestelde voorwaarde houdt in dat verdachte tot 27-10-08 de Nederlandse Antillen niet mag verlaten. Het stellen van die voorwaarde is echter mede in het licht van verdragsbepalingen ontoelaatbaar, gelet op de duur en de mate waarin zij verdachte in haar bewegingsvrijheid beperkt (vgl. HR LJN BA 7918). Aan een dergelijke ingrijpende inbreuk in de bewegingsvrijheid van verdachte moet een wettelijke regeling ten grondslag liggen die voldoet aan de uit art. 2.3 en 2.4, Vierde Protocol EVRM voortvloeiende eisen van kenbaarheid en voorzienbaarheid. Art. 17c.2.e SrNa kan als zo'n regeling niet gelden.